Evaluatie en rapportage

Borus Kinderopvang brengt het welbevinden van individuele kinderen in kaart om te bewaken of het opvang- en begeleidingsproces die veiligheid garandeert en om de kinderen goed te kunnen volgen en begeleiden en aanpassingen op te kunnen doen.

Borus Kinderopvang is gecertificeerd conform de HKZ Kinderopvang versie 2006 en volgt bewust de duidelijke voorwaarden met betrekking tot het in kaart brengen van het welbevinden van kinderen. Het volgende wordt gesteld:

  • medewerkers dienen met een vooraf vastgestelde frequentie het welbevinden van individuele kinderen binnen een opvangvoorziening te observeren;
  • de opvang dient zo nodig aangepast te worden op basis van de observatie en evaluatie:

Binnen Borus Kinderopvang is het volgen van en het sturen op het welbevinden een van de drie kerntaken van de pedagogisch medewerk(st)er / groepsleidster. Dit komt dan ook dagelijks aan de orde tijdens de mondelinge overdracht tussen ouders en leidsters en door overdracht tussen onze leidsters onderling. 

Informatie naar ouders met betrekking tot welbevinden

  1. Informatie over activiteiten op de groep
    Op het ‘schoolbord’ of ‘white board’ geven onze leidsters korte informatie aan ouders over bijvoorbeeld een bijzondere lunch, vakantie leidsters, inval, een activiteit met betrekking tot het open deuren beleid of met betrekking tot de taallijn.
  2. Eso lijst gecombineerd met ‘Wat hebben wij gedaan vandaag’
    Op de Eso lijst wordt in eerste instantie bijgehouden of zij aanwezig zijn en/of al opgehaald zijn (kruisje voor bij de A van Aanwezig en kruisje aan het eind bij de G van Gehaald). Verder wordt opgeschreven voor de peuters hoeveel boterhammen de kinderen hebben gegeten. Bij de baby’s wordt opgeschreven wat zij gegeten en gedronken hebben de hele dag. Van alle kinderen wordt opgeschreven wat de slaaptijd was. Bij alle kinderen wordt aangegeven of zij ontlasting hebben gehad.
    Op het formulier ‘Wat hebben wij gedaan vandaag’ worden alle gezamenlijke groepsactiviteiten opgeschreven. Ook activiteiten in het kader van opendeurenbeleid wordt hier opgeschreven. Bijzondere dingen die kinderen gedaan hebben, worden verteld tijdens haalmomenten.
  3. Het schriftje
    Ieder kind ontvangt bij de komst op het kinderdagverblijf een communicatieschriftje. De groepsleidsters schrijven hierin maar ook ouders gebruiken dit als communicatiemiddel. Dit schriftje dient als middel om het welbevinden en de ontwikkeling van kinderen vast te leggen. Hoe wordt het schriftje dan in de praktijk  gebruikt voor de verschillende leeftijdsgroepen:

    Voor kinderen tot 1 jaar is het belangrijk per dag te communiceren over de verzorging. De mate van eten en slapen en hoe dit is gegaan is belangrijke informatie voor zowel groepsleiding als de opvoeders thuis. Het bepaalt immers voor een groot deel het welbevinden van kinderen in deze leeftijdsgroep. Hiervoor wordt de Eso lijst gebruikt die op de groep hangt.  Het schriftje is het communicatiemiddel voor de overige aspecten van het welbevinden van het kind. Bij deze groep kinderen schrijven wij 1 x per week.
    In de schriftjes worden de bekende vragen beantwoord:

         Hoe heeft ………………..contact gezocht met de leidsters?
         Hoe ben ik daar als leidster op in gesprongen?
         Welke activiteiten heeft ……………(verder) ontplooid?
         Hoe heeft ....  contact gezocht met andere kinderen ?
         Hoe verliep dit contact?
         Had ik als leidster daar een rol in?
         Waar heeft... de afgelopen tijd van genoten?

    Daarnaast worden bijvoorbeeld foto’s, knutsels, uitspraken en ontwikkelingsmomenten van het kind vastgelegd in het schriftje. Dit schriftje is uiteindelijk ook het overzichtsboek dat het kind meekrijgt met als het Borus verlaat.
  4. Het oudergesprek
    Zoals in de inleiding van dit protocol staat aangegeven dienen ouders de mogelijkheid te krijgen invloed uit te oefenen op aanpassingen als gevolg van uitkomsten van observaties. Het is daarom ook noodzaak om ouders te informeren over het beeld dat er is van het kind naar aanleiding van alle  observaties. Dit gebeurt door middel van een oudergesprek. Het is de bedoeling dat er zeker een oudergesprek plaatsvindt als de observatie laat zien dat er aanpassingen behoeven. Daarnaast vinden we het belangrijk met ouders te spreken zonder dat er aanpassingen nodig lijken te zijn.

    Uitgangspunten:
    1. Met alle ouders wordt minimaal 1 keer per jaar per kind een tien minuten gesprek aangeboden. Hierbij komen in elk geval de twee verschillende observaties van het afgelopen jaar aan de orde;
    2. Wanneer een observatie er aanleiding toe geeft, kan een extra  gesprek gehouden worden.

 

 

 

Voor de kinderen vanaf 1 jaar schrijven wij eenmaal per 2 weken. Het gaat dan met name om:

     Welke activiteit in het kader van opendeuren beleid/ Taallijn hebben we onlangs gedaan?
     Hoe heeft ………………..hieraan meegedaan?
     Hoe heeft ....  contact gezocht met andere kinderen ?
     Hoe verliep dit contact?
     Had ik als leidster daar een rol in?
     Waar heeft... de afgelopen tijd van genoten?
     Welke activiteit heeft ... aangegeven te willen gaan doen?
     Hoe heeft ………………..contact gezocht met de leidsters?
     Hoe ben ik daar als leidster op in gesprongen?

In het schriftje herkent u bovenstaande vragen de ene keer meer in een algemeen verhaal over hoe het thema van de betreffende maand vorm krijgt op de groep en hoe de kinderen dit ervaren. De andere keer leest u veel meer waar uw kind graag mee speelt en met wie, hoe het contact zoekt en hoe het speelt.

Daarnaast worden bijvoorbeeld foto’s, knutsels, uitspraken en ontwikkelingsmomenten van het kind vastgelegd in het schriftje. Dit schriftje is uiteindelijk ook het overzichtsboek dat het kind meekrijgt met als het Borus verlaat.

Deze manier van schrijven geeft leidsters handvatten breder naar kinderen te kijken, wat het ‘actief volgend begeleiden’ concreter maakt.

Wanneer er iets bijzonders is op een dag wordt dit natuurlijk altijd mondeling gemeld.

In het schriftje wordt gecommuniceerd over het welbevinden van het kind in relatie tot bijvoorbeeld het open deurenbeleid of de taallijn. Maar ook de brief die ouders ontvangen over het thema van de komende maand wordt op A5 gekopieerd en in het schriftje gestopt.

In de periode van 2 weken worden in het schriftje momenten vastgelegd door de  leidsters van de groep. Volgens een rooster wordt elke 2 weken het schriftje nagekeken en aangevuld. Het rooster is zodanig dat in principe elke keer een andere leidster verantwoordelijk is voor het schriftje van een bepaald kind.

N.B. Kinderen waar niets over is opgeschreven in de afgelopen periode, moet je herkennen als een signaal. 

Voor alle leeftijden geldt dat observaties volgens rooster leiden tot kindbesprekingen in de groepsoverleggen. Daarnaast kunnen er signalen en/of redenen zijn om een extra observatie te starten. Ook deze wordt besproken in het groepsoverleg.


Terug